Wanneer is er sprake van een uitritconstructie?

Wanneer is er sprake van een uitritconstructie?

vrijdag 2 december, 2022

Waarschijnlijk bent u al op de hoogte van de verkeersregel dat het verkeer dat vanuit een uitrit de weg oprijdt, het overige verkeer voor dient laten te gaan. Vaak is het duidelijk wanneer er sprake is van een uitrit. Zo is een uitrit onder meer te herkennen aan:

· een trottoir, een fietspad of een drempel die met het voertuig gepasseerd wordt;
· schampblokken aan beide weerszijden van de weg;
· een verharding van de uitrit, die duidelijk verschilt van kleur en bestratingsmateriaal van de doorgaande weg;
· een toegangshek of slagboom;
· een uitsparing in een hekwerk dat het perceel omsluit. 

In sommige situaties kan niet aan de hand van dergelijke uiterlijke kenmerken van een weg worden beoordeeld of er sprake is van een uitrit. Zo is er ook sprake van een uitrit, indien een weg een beperkte bestemming heeft en deze beperkte bestemming kenbaar is voor alle verkeersdeelnemers ter plaatse. Op 1 april 2022 heeft de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam op basis van het laatstgenoemde criterium bepaald of er al dan niet sprake is van een uitrit. Aan deze uitspraak zal in het navolgende aandacht worden besteed.

Feiten

Op 27 juli 2021 vond op een kruising een aanrijding plaats tussen twee personenauto’s, respectievelijk een Peugeot en Toyota. De Peugeot kwam ten opzichte van de Toyota van rechts. 

Na de aanrijding vulden beide partijen gezamenlijk een aanrijdingsformulier in, dat zij vervolgens ook ondertekenden. Uit het aanrijdingsformulier kon worden opgemaakt dat beide partijen het eens waren met de hierboven vermelde toedracht. Daarnaast heeft de bestuurder van de Peugeot op het aanrijdingsformulier genoteerd dat hij 60 km per uur reed, terwijl ter plaatse maximumsnelheid van 50 km per uur geldt.  

Geschil

De bestuurder van de Peugeot stelt dat de bestuurster van de Toyota een uitrit verliet en hem voor zou moeten laten gaan. 

De bestuurster van de Toyota voerde aan dat de bestuurder van de Peugeot haar voorrang diende te verlenen, omdat zij voor hem van rechts kwam op een gelijkwaardige kruising. Daarnaast geeft de bestuurster van de Toyota aan dat zij al stil op de kruising stond en de bestuurder van de Peugeot 106 zo snel reed, dat zij niet meer terug kon. 

Beoordeling

In deze zaak gaf de kantonrechter antwoord op de volgende vragen:

· Is de weg waarvan uit de bestuurster van de Toyota de kruising op reed, een uitrit?;

· Mocht de bestuurster van de Toyota 4 vanuit de uitrit een kruising op zijn gereden, is er dan sprake van eigen schuld aan de zijde van de bestuurder van de Peugeot?

Uitrit

De weg waarvan uit de bestuurster van de Toyota de kruising op reed heeft geen duidelijke fysieke kenmerken (zoals bijvoorbeeld een drempel) waaruit kan worden afgeleid dat er sprake is van uitrit. Daarom diende de rechter vast te stellen of de weg van waaruit de bestuurster van de Toyota reed een beperkte bestemming heeft, die kenbaar is voor alle verkeersdeelnemers ter plaatse.

De kantonrechter oordeelde dat duidelijk is dat de bestuurster van de Toyota uit een weg kwam rijden met een beperkte bestemming. Dit blijkt volgens de kantonrechter doordat die weg – bezien vanuit de kruising waar het ongeval plaatsvond – enkel loopt naar een bedrijfspand. Voorts was die beperkte bestemming volgens de kantonrechter zichtbaar voor alle verkeersdeelnemers die zich bij de desbetreffende kruising bevinden, omdat de hoofdingang van dat bedrijfspand zich dicht bij die kruising bevindt. 

Logischerwijs stelde de kantonrechter dan ook vast dat de bestuurster van de Toyota ingevolge artikel 54 RVV voorrang diende te verlenen aan de bestuurder van de Peugeot en daarom aansprakelijk is voor de ongevalsgerelateerde schade.

Eigen schuld

Het eigen schuld verweer van de bestuurster van de Toyota dat zij al stilstond op de kruising en de bestuurder van de Peugeot zo snel reed, dat zij niet meer terug kon, wordt door de kantonrechter verworpen. Daarbij geeft de kantonrechter aan dat de enkele omstandigheid dat de bestuurder van de Peugeot 10 km per uur harder reed dan de maximaal toegestane snelheid geen aanleiding vormt om te veronderstellen dat hij schuld heeft aan het ontstaan van de aanrijding. 

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan er worden geconcludeerd dat het voor de leek niet altijd duidelijk is of er sprake is van een uitritconstructie. Mocht u een verkeersongeval zijn overkomen waarbij dat niet duidelijk is, schroom dan niet om contact op te nemen met één van onze advocaten/juristen. Zij kunnen u adviseren omtrent de mogelijkheden om uw schade te verhalen.

Wilt u dat wij contact met u opnemen?

    Meer nieuws

    Een ongeval tussen een uitglijdende voetganger en een bus

    maandag 23 januari, 2023

    Voetgangers en fietsers zijn erg kwetsbaar in het verkeer. Artikel 185 WVW biedt de zwakke verkeersdeelnemers, voetgangers en fietsers, extra rechtsbescherming. In de praktijk betekent dit wanneer tussen een motorrijtuig en een zwakke verkeersdeelnemer een verkeersongeval plaatsvindt, de zwakke verkeersdeelnemer, los van de schuldvraag, in beginsel recht heeft op een vergoeding van minimaal 50% van […]

    Lees verder

    Wie eist, bewijst. Bewijslast is (ook) bewijsrisico

    dinsdag 15 november, 2022

    In het Nederlandse recht gelden er voorwaarden. Zo ook voor het aansprakelijk stellen van een derde partij voor geleden en nog te lijden schade.  Allereerst geldt dat een ieder in beginsel zijn of haar schade zelf draagt, tenzij de schade wordt veroorzaakt door een ander en die ander daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk kan worden gehouden. […]

    Lees verder

    Heeft u schade? Stuur een mail of bel (076) 700 27 75